De Amerikaanse staatsschuld is door de grens van 40.000 miljard dollar gebroken. De rentelasten lopen op en Washington grijpt in. Toch ligt het grootste schuldenrisico mogelijk niet in de VS, maar dichter bij huis in de eurozone.
Beeld: National Debt Clock op Times Square in New York, 17 mei 2023. Inmiddels is de Amerikaanse staatsschuld met ruim 8.500 miljard dollar gegroeid. Fotografie: © rblfmr / shutterstock.com
Een oude beurswijsheid luidt dat what goes up must come down. Met betrekking tot de kapitaalmarktrentes lijkt het erop dat het omgekeerde ook van toepassing is. Nadat de langetermijnrentes in westerse landen vanaf circa 2014 naar 0 procent of zelfs daaronder daalden, zijn ze de laatste tijd weer aan het normaliseren. Die eerdere daling was mede het gevolg van grootschalige obligatie-aankopen door centrale banken, de zogeheten kwantitatieve verruiming. De Duitse tienjarige rente, in 2019, 2020 en 2021 onder de 0 procent, noteert tegenwoordig ruim boven de 3 procent. De Amerikaanse evenknie vinden we tegenwoordig op niveaus van voor de grote financiële crisis in 2007 en lijkt hard op weg te zijn naar 5 procent. De 30-jarige Amerikaanse rente is al door die grens heen.
Schrik op het ministerie
Toen het Amerikaanse ministerie van Financiën onlangs weer eens een lening met een looptijd van 30 jaar uitgaf, betaalde het de hoogste rente sinds 2001.
Dat leidde tot schrik op het ministerie; bij zulke rentestanden klimmen de toch al hoge rentelasten verder omhoog.
De kapitaalmarktrentes zijn normaal te noemen – in de zin dat ze terug zijn op de niveaus van voor de grote crisis – voor de staatsschuld geldt dat zeker niet. Die is onlangs boven de 40.000 miljard dollar uitgekomen, ofwel zo’n 120 procent van het Amerikaanse bruto binnenlands product. Ter vergelijking: in 2006, het laatste jaar voor de grote crisis, stond de teller op circa 65 procent van het bbp.
De schrik zat er zo in dat het ministerie besloot de geplande terugkoop van langlopende staatsobligaties fors op te voeren. De aankondiging zorgde aanvankelijk voor hogere obligatiekoersen en een lagere lange rente. Washington financiert die extra aankopen van langlopende schulden door meer kortlopend schuldpapier aan de man te brengen. Dat betekent dat de extra aankopen geen drukkend effect op de totale staatsschuld zullen hebben.
Hiermee voert het ministerie de druk op de Fed op. Immers, de kortlopende rentes zijn gevoelig voor de rente die de centrale bank vaststelt. Door als overheid meer korte leningen af te sluiten om duurdere langlopende leningen terug te kopen, hoopt de Amerikaanse regering waarschijnlijk dat de Fed wel twee keer zal uitkijken om de rente te verhogen en het liefst de rente zal verlagen, zeker nu de bank sinds mei dit jaar met Kevin Warsh een nieuwe voorzitter heeft.
Succes is evenwel allesbehalve gegarandeerd. Warsh heeft meermaals aangegeven de inflatie te lang te hoog te vinden. Bovendien stelde hij al vaker dat dit vooral door de centrale bank zelf komt. Dat klinkt niet bepaald als iemand die de Fed-rente wil kortwieken. Zelfs als hij dat zou willen, is het zo dat het rentecomité over het Fed-leentarief gaat en niet de voorzitter alleen.
De laatste keer dat de leden van dit comité bijeenkwamen, waren drie van de twaalf voorstander van een renteverhoging. Sinds die vergadering is de inflatie nauwelijks gedaald. De werkgelegenheid wél. Op basis daarvan verwachten beleggers dat de Fed de rente niet dit jaar maar begin volgend jaar zal opkrikken.
De rug recht houden
Nu de inzet van het pokerspel tussen de Amerikaanse regering en de centrale bank flink is verhoogd, is het te hopen dat de Fed de rug recht houdt. De beste manier om kapitaalmarktrentes in de toekomst omlaag te drukken, is zorgen dat de inflatie omlaaggaat en laag zal blijven.
Met het opkopen van meer langlopende staatsobligaties om de langetermijnrentes omlaag te drukken, pakt het Amerikaanse ministerie van Financiën niet het probleem zelf aan maar de symptomen ervan.
Dát de kapitaalmarktrentes stijgen komt namelijk niet alleen doordat de Fed niet meer op grote schaal staatsleningen opkoopt. Voornaamste oorzaken zijn de blijvend hoge inflatie en de enorme begrotingstekorten. Om dat laatste euvel aan te pakken, gebeurt echter vrijwel niets.
Dat hoeft niet zo te blijven. In november vinden in de VS de midterms plaats – tussentijdse parlementsverkiezingen. Binnen beide partijen zijn er nu al voorverkiezingen om te bepalen welke kandidaten het in november in elk kiesdistrict tegen elkaar opnemen.
Meerdere gegadigden voor een plek op het parlementspluche geven aan iets aan de overheidsfinanciën te willen doen. Het bericht dat de staatsschuld boven de 40.000 miljard dollar is uitgekomen, kan een wake-upcall zijn en meer parlementariërs (in spe) duidelijk maken dat de staatsschuld een probleem is waar nu eindelijk iets aan gedaan moet worden.
Verenigde staten vs. eurozone
Door deze recente ontwikkelingen zijn alle ogen gericht op de Amerikaanse overheidsfinanciën. Maar eigenlijk moet de situatie van de overheidsfinanciën in de eurozone economen en beleggers meer zorgen baren.
De staatsschulden van drie van de vier grootste eurolanden, Frankrijk, Italië en Spanje, liggen tussen 100 en 140 procent van het bbp. Daarnaast – en dat is heel belangrijk voor de houdbaarheid van schulden – is de economische groei in die landen een fractie van de groei in de VS. Waar de Amerikaanse economie normaliter tussen 1,5 en 2,5 procent groeit, komen zeker Frankrijk en Italië nauwelijks tot 1 procent groei per jaar.
Dat blijft de komende jaren zo; de Amerikaanse economie was, is en blijft innovatiever, dynamischer en flexibeler dan die van de eurozone. Bovendien is bij het genoemde euro-trio helemaal niets te zien wat erop wijst dat ze hun financiën willen aanpakken. En dan moeten de ‘facturen’ voor pensioenen, defensie en energietransitie voor een groot deel nog binnenkomen.
Al met al lijkt de kans op een toekomstige schuldencrisis groter in de eurozone dan in de VS. Ook is er meer vertrouwen in de Amerikaanse economie dan in die van de eurozone. Voor beleggers kan dat een reden zijn om de voorkeur te geven aan Amerikaanse bedrijven boven bedrijven dichter bij huis.
| VEB-lidmaatschap |
|---|
| Nog geen VEB-account? |
| Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken. |
|
|
| Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap |